zondag 7 december 2008

Verlossende antwoorden op kwellende vragen

Vraag: Bestaan er meerdere Sinterklazen?
Antwoord: Er bestaat slechts één Sinterklaas, doch in meerdere personen.

Vraag: Wat moeten wij denken van de mening dat er geen Sinterklaas zou bestaan?
Antwoord: De mening dat er geen Sinterklaas zou bestaan, is een afschuwelijke ketterij, die wij met kracht moeten bestrijden.

Vraag: Kunnen zij, die niet in Sinterklaas geloven, toch nog tot de gelovigen gerekend worden?
Antwoord: Zij die niet in Sinterklaas geloven, kunnen voorzeker nog tot de gelovigen gerekend worden. Maar Sinterklaas houdt niet meer van hen. Zij behoren derhalve niet meer tot de beminde, maar tot de volwassen gelovigen.

Vraag: Hoe is het mogelijk dat Sinterklaas met paard en al door de schoorsteen komt?
Antwoord: Dat Sinterklaas met paard en al door de schoorsteen komt, is een mysterie, dat wij kinderlijk moeten aanvaarden.

Vraag: Zal ons dit mysterie ooit worden uitgelegd?
Antwoord: Dit mysterie zal ons in het hiernamaals door Sinterklaas zelf worden uitgelegd.

Vraag: Is Sinterklaas in de hemel?
Antwoord: Wis en waarachtig, wat zullen we nou hebben?

Vraag: Hoe kan Hij dan elk jaar uit Spanje komen?
Antwoord: Dat Sinterklaas in de hemel is, en toch elk jaar uit Spanje komt, is weer een van die mysteries, die wij met blijmoedigheid moeten aanvaarden.

Vraag: Zal ook dit mysterie later worden uitgelegd?
Antwoord: Dit mysterie zal nimmer worden uitgelegd.

Vraag: Is Sinterklaas ook klein geweest?
Antwoord: Sinterklaas is nimmer klein geweest, maar terstond als Sinterklaas geboren.

Vraag: Is dit ook een mysterie?
Antwoord: Dit is volstrekt geen mysterie. Want als Sinterklaas klein geweest was, had Hij in zichzelf moeten geloven, en iemand, die in zichzelf gelooft kan niet heilig worden.

Vraag: Waarom rijdt Sinterklaas over de daken?
Antwoord: Sinterklaas rijdt over de daken om vijf redenen:
1e. omdat het een wonder is;
2e. omdat daar het minste kwaad gebeurt;
3e. omdat daar de meeste schoorstenen staan;
4e. uit de macht der gewoonte;
5e. omdat Hij boven hoogtevrees staat.

Vraag: Hoe is het te verklaren dat Sinterklaas meer aan rijke dan aan arme kindertjes geeft?
Antwoord: Dat Sinterklaas meer aan rijke dan aan arme kinderen geeft, is helaas wederom een mysterie.

Vraag: Zal ook dit mysterie ons in het hiernamaals verklaard worden?
Antwoord: Neen. Dit mysterie zal ons, naarmate wij ouder worden, reeds op aarde duidelijk worden.

(...)

Vraag: Heeft Sinterklaas ook vijanden?
Antwoord: Sinterklaas heeft drie vijanden, te weten: de Paashaas, het Kerstmannetje en zij, die weigeren Hem als ernst te beschouwen. Van de eerste twee zegt Hij dat Hij niet gelooft dat ze bestaan, en van de derde dat het niet bestaat dat ze niet geloven.

Vraag: Heeft Sinterklaas tijdens de oorlog ook aan Duitse kindertjes gegeven?
Antwoord: Sinterklaas heeft tijdens de oorlog aan alle Duitse kindertjes gegeven, die in Hem geloven.

Vraag: Moet Sinterklaas nu niet als collaborateur en profiteur beschouwd worden?
Antwoord: Als profiteur kan Sinterklaas niet beschouwd worden, daar Hij alleen gegeven en niets ontvangen heeft. Als collaborateur heeft Hij reeds terechtgestaan, doch het Hof heeft, in overweging nemende:
1e. de hoge leeftijd van de delinquent, en voorts:
2e. aannemende dat de door Hem geleverde speelgoederen de geallieerde opmars niet merkbaar vertraagd hebben.
gemeend met een berisping te moeten volstaan.

Godfried Bomans, "Kleine catechismus van St. Nicolaas"
uit: Kopstukken, uitgeverij Elsevier, 1983